Het verhaal uit de eerste handaaaaaa

Als de bodaboda inderdaad rond de jaren 70’ is onstaan, dan zouden er nog gepensioneerde bestuurders uit die tijd moeten zijn, bedenken we. We vragen Felix naar zijn mening hierover en hij doet rondvraag bij een aantal vrienden in de omgeving.
Het blijkt dat het al vrij snel verplicht was om je te laten registreren als bodaboda bestuurder. Iedere geregisteerde bestuurder kreeg een nummer. Volgens Felix woonde nummer 1 nog steeds in Busia en had hij nu een CD winkel in het centrum. Stel je voor dat we de eerste geregistreerde bodaboda bestuurder hier zomaar zouden kunnen ontmoeten! Niemand weet echter precies waar z’n winkel ligt, we struinen en hele centrum af en moeten onze zoektocht uiteindelijk staken als de tropische regen in een wolkbreuk losbarst.
Felix belt vele vrienden om te informeren naar andere oude bodaboda bestuurders en uiteindelijk weet hij een ontmoeting te regelen met nummer 67. Deze man vervoert nog steeds elke dag mensen met z’n bodaboda!

De volgende ochtend wachten op hem in de schaduw onder een boom. We worden gebeld, hij heeft net een klant opgepikt en brengt die nog even weg, dan komt hij naar ons toe. Even later komt hij aanfietsen, op een rustig tempo. Z’n gezicht getuigd van vele jaren blootstelling aan de elementen. Z’n fiets heeft de nodige gebreken, maar daar lijkt hij zich geen zorgen over te maken. Na dat voor iedereen duidelijk is waarom we onder deze boom zitten, voeren we een lang gesprek met hem. Felix is opnieuw onze tolk. Hij verteld over zijn leven, waarom hij als jongeman besloot om op een fietstaxi te gaan rijden en hoe hij het door de jaren heen altijd heeft weten te redden.
Zijn werk heeft ervoor gezorgd dat z’n vijf kinderen naar school konden. Zelf is hij niet verder gekomen dan de tweede klas van de basisschool, toen was er geen geld meer. Dat zijn kinderen wel naar school hebben kunnen gaan, daar is hij erg trots op.
Hij vertelt dat hij door de jaren heen een vaste klantenkring heeft opgebouwd, mensen die hij van en naar hun werk brengt, kinderen die hij naar school brengt, mensen die hem vragen als ze voor een boodschap ergens heen moeten. Zo is hij redelijk zeker van voldoende klandizie.
Naar eigen zeggen heeft hij al 27 jaar lang geen dag werk overgeslagen! En hij denkt voorlopig nog niet aan stoppen. Hij is gezegend met een sterk lichaam, zoals hij het zelf verwoordt.
Het is tijd voor hem om weer aan de slag te gaan en nadat we hem uitvoerig bedankt hebben voor het vertellen van z’n verhaal, fietst hij er weer rustig vandoor. Met knarsende ketting over de rode maram wegen van het keniaanse platteland…